Parkeren in de stad

We rijden allemaal wel eens zoekend naar een parkeerplaatsje rond in de stad. Pfff, het staat allemaal vol geparkeerd en het aantal parkeerplaatsen wordt alsmaar schaarser. Waar vroeger er hoogstens één auto per gezin was, is er nu wel makkelijk één per gezinslid. En die moeten allemaal hun stalling hebben. Op straat. Want de historische Europese steden zijn berekend op hier en daar een paard-en kar of een berg stro, geen massa’s auto’s. Er wordt vooral naar bewoning gebouwd, en niet naar het stallen van ijzeren rossen.

De oplossing werd eigenlijk 10 jaar geleden gegeven toen ik mijn bouwaanvraag indiende. Ik moest een stallingsplaats, parkeerplaats dus, aanduiden voor ten minste twee wagens, op mijn perceel. Dat was om te voorkomen dat mensen hun auto zouden parkeren op straat, ik woon in een straat die normaal breed is, maar waar wel eens tractoren en vrachtwagens passeren. Auto’s op straat parkeren zou enorm hinderlijk zijn.

Wel ja, we moeten af van die mentaliteit dat je kunt verwachten dat je je wagen zomaar op straat kunt parkeren, en dan liefst nog voor je deur. Want de steden en gemeenten hebben duurzaam ingezet om minder wagens in het straatbeeld te zetten (dat is de marketingslogan), eerst door het betalend maken van de parkeerplaatsen op straat, wat logisch is want het is hun infrastructuur, dan door erin te snoeien en in steden vooral, de parkeerplaatsen ondergronds te organiseren, en dat is vooral voor bezoekers en werkvolk. Maar je kunt je kiezers, de bewoners, dan toch geen hak zetten door ze hun privileges af te pakken? Dus deden ze hun eigen beleid meteen de das om met de ‘bewonerskaart’. Oftewel de straat toch vol zetten met auto’s die niet of veel te weinig betalen.

Haha.

Of hoe je eerst een probleem oplost en dan via de achterdeur je hele opzet omver gooit.

Eigenlijk is de straat van iedereen. Dus heeft iedereen ook recht op parking. Om dat recht in de huidige aantallen auto’s te kunnen blijven genieten, moeten er minder auto’s parkeren op straat. We moeten ons beperken tot nuttige parkeerders. Dat zijn mensen die iets aan het uitladen zijn uit hun auto, die een paar uur gestald staan op een plaats omdat ze regelmatig spullen in of uit hun auto moeten halen, dat zijn camionetten van aannemers die er regelmatig in moeten zijn voor spullen. Dat is occasioneel bezoek. Laat die mensen gratis parkeren, bijvoorbeeld voor een beperkte tijd of met een vergunningskaart, of eventueel betalend. Er bestaan intelligente parkeermogelijkheden als combinaties van het voorgaande.

Shoppers worden al vakkundig naar ondergrondse parkings gedirigeerd, bij evenementen worden tijdelijke parkings, soms in combinatie met park-en-rides georganiseerd. Plaats is gewoon te beperkt om al die wagens te zetten in de middeleeuwse stadscentra. Het gaat niet meer om lelijk, het gaat om veel te veel wagens. Een praktische hinderpaal en ja, tegenover de middeleeuwse context waarin veel Europese steden zich de laatste decennia herschapen hebben, vloekt het ook. Grapje.

Er wordt geopperd om minder auto’s te kopen. Tja, als dat kan in onze huidige wereld, en er zijn velen die bewijzen dat het kan, zeker doen. Echter fiets en openbaar vervoer lijken in de praktijk maar een lapje tegen het bloeden. Zelfs met één auto per gezin zijn de steden zodanig dichtbevolkt geworden, dat het probleem op die manier niet fundamenteel opgelost kan worden.

We moeten af van dat straatparkeren van bewoners.

Hoe? Zoals mijn gemeente het aangaf; geen bewonerskaarten, zorg zelf voor je eigen parking.

Wie een wagen bezit, die moet zelf zorgen voor een stallingsplaats. Sommige stadshuizen hebben een garage, maar die staan dikwijls vol tuig dat men in het te kleine huis niet kwijt kan. Koop dus minder tuig! Maar niet iedere stadswoning heeft een garage. Maar wel goed, voor die mensen die wel een garage hebben die ze gebruiken. Die worstelen dan soms met het fenomeen van mensen die voor hun poort parkeren, wegens te weinig parking omtrent. Mekkeren dat een uitrit een parkeerplaats minder betekent, is geblaat van schapen die het niet snappen. Het is altijd wat maar foutparkeren voor een garagepoort is heel irritant.

Voor de rest wordt dat dus een plaatsje huren in een parkeertoren of een buurtgarage. Maar daar zijn er momenteel van tekort. Daarin kan de gemeente of stad een sturende rol beginnen spelen. Een van de mogelijke voorstellen zou kunnen zijn om ernaar te streven dat er in elke straat één of meerdere parkeerhuizen gebouwd worden. Laat de gevel staan maar bouw erachter een parkeerinstallatie met een autolift. Zo hoeft er niemand ver te lopen en is de wagen op een veilige manier van de straat af: de wagen staat droog, de ramen zijn ‘s morgens niet aangerijmd, binnen gestald ziet het beestje minder af. De financiering kan via mede-eigenaarschap gebeuren of in een model van investeerders/huurders. Alles heeft tenslotte zijn prijs.

Geef gerust kritiek dat het uitplukken van één of meer panden in een straat, om het van bewoningsfunctie naar parkeerfunctie om te bouwen, negatief zal werken op de residentiële druk van de steden. Op de prijzen van de huizen, op de betaalbaarheid van het in de stad wonen. Ja, uiteraard. Maar het zal wel de leefbaarheid van die residentiële functie verbeteren. Je kunt niet alles hebben. Comfort heeft zijn prijs.

Hoe dat allemaal moet tot stand komen, sturend, verplichtend, stimulerend, bewustmakend, dat is voer voor beleidsmakers met ballen aan hun lijf of nog beter: wijkcomités met een gezonde visie op een leefbare toekomst. Mensen die klaar staan voor de leefbare stad van de 21e eeuw. Leve de verkiezingskreten. Leve het privé initiatief.

Met de logsiche combinatie, één auto, één privé parkeerplaats, maken we de straten weer leefbaar en dat is een voordeel voor iedereen. Je zal bij je woning kunnen parkeren om je boodschappen uit te laden. Heb je bezoek, dan kunnen die kortbij parkeren. Elkeen die het tijdelijk nodig heeft ergens te parkeren, zal plaats vinden en bijvoorbeeld niet in tweede file, onveilig, moeten staan. Ik moet nog denken aan de chaos die in een stad als Napels heerst, maar ook Brussel, Parijs, Amsterdam hebben last van al die auto’s op straat. Het systeem van voldoende parkeerplaatsen bij een woning wordt al veelvuldig toegepast bij nieuwe verkavelingen en stadsontwikkelingen, desnoods ondergronds. En dat is goed. Maar dat lost het historische probleem niet op.

Het wordt een proces van middellange adem, binnen een modern urbanisatie-proces. Het zal echter zichzelf sturen, want de externaliteit van het afwimpelen van de stalling van je auto wordt nu niet meer door de gemeenschap gefinancierd, je moet dat zelf betalen. Autobezit in de stad wordt zo duurder maar het geld vloeit niet weg via een platte belasting in de begrotingsput, maar wordt gebruikt als investering in nuttige infrastructuur, met als gevolg een betere leefkwaliteit.

En nu maar hopen dat er een juist midden gevonden wordt in de beleidsprocessen tussen ontraden en subsidiëren binnen dit geheel.

2 gedachten over “Parkeren in de stad

  • 20 december 2019 om 08:37
    Permalink

    Helemal eens. Het bezit van een auto dient te worden gekoppelt aan het bezit van een parkeermogelijkheid van de auto. Wie geen eigen parking of garage heeft voor zijn auto kan geen auto kopen. Zoniet bezet je permanent een plaats op straat, en belet je dat die kan worden gebruikt door occasionele bezoekers.

    Beantwoorden

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *